Zeevissen Kant RONDOM de DELTA

Makreel roken door Jack Peelman

Een eerste en misschien ludieke tip die ik meegeef, controleer, als u net als ik in een rijtjeshuis woont, altijd eerst de windrichting als u gaat roken. De buren zijn er niet gelukkig mee als er gedurende enkele uren versgerookte makreelgeur de slaapkamer inwaait.

Roken van vis gebeurt in verschillende stappen, de voorbereiding van de vis begint al aan de waterkant als onze vis schoongemaakt wordt. Ontschub de vis en ontdoe hem van ingewanden, ook de kieuwen dienen verwijdert te worden. Dit doe ik door de vis van anaal opening tot vooraan de bek open te snijden. Tracht bij het schoonmaken, en ook bij het doden van de vis de nek niet te breken, dit om betere houvast in de rookton te garanderen.

Eenmaal thuis spoel ik de vis nogmaals en ontdoe hem van zijn slijmlaag, zeker bij paling een “ vettig “ klusje. Het ontslijmen doe ik met keuken zout, de huid van de vis word ingewreven met zout en met een schuurbeweging onder zacht stromend water komt alle slijm vrij van de huid. Spoel na het ontslijmen de vis nogmaals grondig schoon en let hierbij op dat alle zoutresten verwijderd worden.

 

Na het ontslijmen gaat onze vis de pekel in.

De pekel : per kilo vis minimaal 2 liter water, per liter water 60 gram zout, aanvullen met enkele blaadjes laurier, een klein handjevol peperbolletjes en een paar schijfjes citroen. ( kruiden naar smaak ) Ikzelf laat de vis ongeveer 10 uur in deze marinade, vindt u de vis na het roken te flauw verhoog dan de hoeveelheid zout of laat de vis langer in de pekel. Spoel na het pekelbad de vis nogmaals grondig schoon onder stromend water.

Een volgend zeer gevoelig punt is het aanbrengen van de haken. Een solide bevestiging is absoluut noodzakelijk om teleurstelling tijdens het roken te voorkomen. Zoals ik eerder al zei is het noodzakelijk om de nek van de vis niet te breken. Tijdens het roken gaart de vis, hierdoor lost het vlees van de graat.

Als nu ook de nek nog gebroken is hangt het volledige gewicht enkel nog met het vel aan de kop, onnodig te vertellen dat menig vis op deze manier sissend op de bodem van de rookton eindigt. Daarom bevestig ik bovenop een haak door of rond de kop ook altijd nog een tweede haak halfweg de ruggengraat.

Eens de haken zijn aangebracht kan het drogen beginnen, hang de vissen uit de zon te drogen, een windje versnelt het droogproces. Zorg er ook voor dat er geen vliegen bij de drogende vis kunnen en denk niet, ik sla ze wel weg, maar voorzie een vliegengaas. Reken op een droogtijd van 2 à 3 uur.

Pas als de vissen droog aan beginnen voelen steek ik de rookton aan, ik gebruik uitsluitend kersenlaar maar ook andere houtsoorten zoals beuk en appel zijn te gebruiken waarbij u bedenkt dat elke houtsoort zijn specifieke smaak aan de vis geeft. Ik voorzie mijn hout altijd in drie categorieën, de twijgjes om het vuur mee aan te steken, dikkere takken ( denk aan duimdikte ) om het vuur aan te houden op gewenste temperatuur en het gemalen, gedroogde hout dat vooral dient om rook te ontwikkelen.

Vul de vuurlade met twijgjes en leg bovenop het dikkere hout, steek aan en laat flink doorbranden. Als u een rookton met thermometer hebt zal u zien dat de temperatuur behoorlijk oploopt, laat het vuur doorbranden en leg er nog een aantal dikke takken bij. Als alle dikke takken flink branden dooft u het vuur door er rijkelijk het gemalen hout over te strooien. Sluit de luchttoevoer van de vuurlade af en laat de ton rustig afkoelen, pas als de temperatuur in de ton rond de 120 C° komt, hangen we de vissen in de ton. Zorg er voor dat de vissen elkaar en de zijkant van de ton niet raken. Laat de ton rustig afkoelen tot een graad of 60.

Deze periode duurt in mijn tonnetje ongeveer 15 minuten en we noemen dit het garen van de vis.Tracht om de vis niet te lang op een hoge temperatuur in te ton te laten hangen, langer dan 10 minuten is niet aan te raden.

Vanaf nu begint het eigenlijke roken, een niet eindigend spel met het vuur in de rookton, een beetje twijgjes toevoegen om het vuur weer aan te wakkeren, dan weer wat spaanders om rook te ontwikkelen en de temperatuur te doen dalen. Tracht 60 C° in de ton aan te houden, een lagere temperatuur kan op zich niet veel kwaad, loopt de temperatuur echter terug te hoog op ( + 80C°) loopt u kans op “ vetstaarten “. Ook voor het roken mag u een uur of drie uittrekken. Na het roken hangen we de visjes terug in het “ droogrek “ en laten ze nog een uurtje afkoelen/uitwaaien, u zal zien dat vliegen nog nauwelijks geïnteresseerd zijn.

De eerste keren dat u aan het roken gaat zullen er zich ongetwijfeld zaken voordoen waarover ik het niet gehad heb, ook zal u merken dat de vis een keer niet gaar genoeg is ( gewoon verder garen in de keukenoven ), of u proeft toch iets te weinig citroen naar uw wens, of,… Kortom niet alleen het rookproces heeft zijn tijd nodig, ook het roken zelf heb je niet op één twee drie onder de knie.

Leer dus van uw fouten en laat je niet te snel ontmoedigen als er al eens een slecht bevestigde vis na 10 uur pekelen, x keer spoelen, twee uur drogen en nog eens twee uur roken, met een plof op de bodem van de rookton valt,… Trek gewoon nog een biertje open, geniet van de resterende vissen en van de geweldige dag in de tuin.

Eet smakelijk,

Visvriendelijk groet

Jack

 
Strandvissen door de ogen van Jack

Hoi Sportvisser,

In het volgende stukje neem ik u mee naar de Zeeuwse kust, ik ga me niet profileren als de specialist in de tak van de zeevisserij maar wil u enkel een beeld geven waarop u, net als ik, op een vrij eenvoudige manier een maaltje vis bij elkaar kan sprokkelen.

Zeeuwse tong., wie lust ze niet?

Het grote probleem van veel strandvissers is dat ze occasionele vissers zijn, vaak word er een hengeltje uitgeworpen tijdens een vakantie langsheen de kust. De resultaten van veel vissessies draaien dan ook uit op een mislukking met een nulvangst als gevolg.

Afgelopen zomer ontmoette ik op het strand van Dishoek (nabij Vlissingen) een aantal vakantie vissers. Door het jaar visten deze heren, en hun enthousiaste kroost, op het binnenwater. Dan werd er gevist op zowat alle zoetwatervissen op het water dat ze regelmatig bezochten. Karper, snoek, en allerhande witvis. Een logisch besluit dat gemaakt werd was om de zwaarste hengels, je weet wel; die Arca van 3.20m. waarmee je vorig jaar die snoek van net geen meter ving en geen krimp gaf, mee op vakantie langs de kust te nemen, als je der een snoek van 11 kilo mee in het net krijgt dan zal een tong van 1100 gram ook wel lukken.

Alvorens ik op de bewuste strandsessie uitpakte, besloot ik maar eens eerst een praatje te maken met m’n buren voor 1 avond – nacht, daar aangekomen zag ik het meteen, vakantie vissers. De korte hengeltjes in de veel te korte strandpieken ( die dus constant omvallen ), hielden de benjamin van het gezelschap bezig, hij mocht alle omgevallen hengels weer rechtzetten. De oudste zoon had de eer om de vissen die aanbeten te landen, ook hadden ze al in de gaten dat er blijkbaar krabben en garnalen zaten want regelmatig waren de haken leeggevreten, er moest dus regelmatig vers aas opgezet worden. De molentjes kraakten en knarsten onder het opgeschepte zand tijdens het omvallen, zonde, er zat een Stradic 4000 van Shimano tussen zag ik uit een ooghoek.

Het echte werk, het beazen en uitwerpen nam vader op z’n schouders, hoewel de man de nodige viservaring bezat, lukte het hem niet om, met de met 30 gram overbelaste karperhengel, verder dan een meter of 60 uit te werpen. Niet slecht, gezien de omstandigheden. Dit alles terwijl moeder zich ontfermde over het uitwringen van de lunchpaketten en warme kleren voor de avond, je gelooft het of niet, maar daarnet waste er een golf zeker 15 meter verder dan als ze normaal doen,…

Ik besloot om een meter of honderd stroomopwaarts te gaan vissen, buiten het werpbereik van vader (ik had niet zo’n vertrouwen in de twee bolletjes lood van 50 gram om de lijn tegen de grond te houden), en toch dicht genoeg om later op de avond nog een praatje te maken. Mijn strandvismaat Ben vond het een prima idee.

Een jaar of 25 geleden viste ik vaak met mijn vader op een forelput, ik was toen een jaar of 10 en had het forellen al aardig onder de knie, ik herinner me dat er op een keer één van vaders zeevismaten meeging, deze was blijkbaar slecht geïnformeerd want hij ging aan de slag met een boothengel en een geepdobber van 80 gram. Dat hij niet echt veel ving, op opmerkingen na, begrijpt iedereen. In de andere richting werkt het ook niet, met materiaal voor de binnenwatervisserij kan je op de stroomrijke Zeeuwse stranden niet veel beginnen .

Laten we daarom even stilstaan bij het benodigde materiaal voor een geslaagde strandsessie.

We zullen beginnen met de keuze van de hengel, zoals ik al zei heb je te maken met erg stroomrijk water, hoeveel m³ water er op een tij voorbij raast weet ik niet precies, maar het is niet zonder reden dat er op de stranden van Vlissingen tot de Banjaard om de paar jaar strandzand aangevoerd word.

We hebben dus een stevige hengel nodig met een werpgewicht tot 200 gram, bovendien mag deze hengel niet te soepel zijn. Als de lijn besmeurd word met losgeslagen zeewier of door het altijd aanwezige oppervlakte vuil (plastiek ed), wordt de constante druk op een soepele hengel te groot om nog een beet te kunnen registreren. Ook leent een strakke hengel zich beter om ver mee te werpen.

De lengte van de gemiddelde strandhengel ligt tussen 4 en 5 meter, de lengte is niet alleen noodzakelijk om de vaak benodigde afstand te kunnen gooien, ook speelt de lengte van de hengel een rol in het oppikken van oppervlakte vuil. Het meeste oppervlakte vuil bevindt zich namelijk in de branding, hoe langer de hengel hoe makkelijker het wordt om over de branding heen te vissen.

Er zijn van diverse merken goede hengels te koop in de betere hengelsportzaak, ikzelf vis met Daiwa en Sheakspeare hengels, met prijzen variërend tussen 140 en 300 €, een aardige investering voor een gelegenheidsvisser, misschien kan het met minder, maar goedkoop is niet altijd beter koop heb ik in’t verleden ondervonden.

Geschikte strandhengels vlnr. Daiwa Surf Swing, Sheakespeare K2 Team extrème,K2 Blue Metal, K2 Low Friction

Dan de molens, de molen die gebruikt word op het strand moet volgens mij aan drie eigenschappen voldoen, in de eerste plaats moet hij bestand zijn tegen het zoute water waarmee we te maken hebben op zee, ook moet hij robuust genoeg zijn om de hoge druk die op de slinger word uitgevoerd tijdens het binnenhalen te weerstaan. Maar bovenal, en hierin verschilt een strandmolen van een bootmolen voor op zee, de inhaalsnelheid ( ratio ) moet hoog genoeg liggen, dit houdt in dat een molen een hoog aantal omwikkelingen dient te maken per slingerhaal, molens met een ratio van 4.5:1 of meer voldoen prima vanaf het strand. Verder is een hoge spoel mooi meegenomen omdat dit beter lijn afgeeft tijdens het werpen. Ik vis nu al een jaar of vijf met Nautils van Mitchel, een spatwaterdichte strandmolen met een ratio van 4.9:1 adviesprijs voor België 230€/st. Gelukkig lukt het ook met een Daiwa Emblem van 90€, of ’tie ook jaren zal meegaan valt nog af te wachten, ik vis er nu een jaar mee en ze bevallen best.

 

 

De hengelsteunen verdienen ook een toelichting, er bestaan twee goede manieren om je hengel te steunen op het strand. Of je gaat voor de alom gekende driepoot of je gebruikt een strandpiek, bij deze laatste dient er bij aankoop op gelet dat het deel dat je in de grond steekt lang genoeg is, de kortere modellen die in de handel worden aangeboden zijn eigenlijk bedoeld om tussen stenen langs dijken te steken, in het mulle strandzand verliezen ze hun werking. Voor een driepootsteun betaal je een euro of 40, voor een goede strandpiek kom je met een tientje weg.

Verder staan we even stil bij het “ klein materiaal “ gaande van lood tot speldwartel die aan de voorslag geknoopt word.

Op de molen die volgespoeld wordt met 30/°° nylon knopen we een voorslag,… een voorslag op het strand dient een lengte van ongeveer 2 X de hengellengte te hebben en heeft als doel de kracht die tijdens de worp op de lijn komt op te vangen, daarom verkiezen we een dikkere en dus sterkere lijn, ik gebruik een Berkley Trilene van 48/°° met een trekkracht van 16.2 kg. Dit lijkt misschien veel ( ik verwacht heus geen vis van dat gewicht te vangen) maar heeft als bijkomend voordeel dat de lijn beter bestand is tegen beschadiging door obstakels op de bodem. Het is raadzaam om eventuele reserve spoelen, die bij de aankoop van een goede molen standaard horen, op voorhand te voorzien van hoofdlijn en voorslag, mocht je op het strand de voorslag beschadigen of verliezen door lijnbreuk dan kan je snel een reserve spoel monteren en meteen verder vissen.

 

Aan deze voorslag komt een speldwartel, ik verkies een nr.2 tot 1/0. Onder deze speldwartel komt dan de onderlijn, deze kan je kant en klaar kopen in de handel of je kan ze zelf knopen aan de hand van voorbeelden die je op diverse site’s kan terugvinden

( www.onderlijnenvooropzee.nl ), of je neemt gewoon een keer deel aan de knoopdagen van Rondomdedelta.nl. Op mijn favoriete onderlijntjes kom ik later nog terug.

 

Onder de onderlijn bevestigen we weerom een speldwartel waaraan al dan niet met loodlift het lood komt. Een loodlift is niet meer dan een plastiek plaatje in ruitvorm dat als doel heeft het lood naar de oppervlakte te loodsen tijdens het indraaien. Dit apparaatje komt vooral van pas als er over kleiruggen of andere obstakels onder de kant gevist word.

Als lood gebruik ik twee modellen, klapankerlood, om de onderlijn op de bodem te fixeren en bollood om de onderlijn, door gebruik te maken van de stroming, over de bodem te laten rollen. Het bollood is vaak erg succesvol op het moment dat de stroming het minst is, bij het keren van het tij dus. Afhankelijk van stroming, wind, en benodigde werpafstand vis ik met loodgewichten tussen 125 en 200 gram.

 

Doe daarbij dan nog enkele schaartjes en tangetjes, enkele spoeltjes draad, een paar doosjes reserve haakjes, speldwarteltjes, eventueel wat materiaal zoals afhoudertjes en sleeves om onderlijnen te herstellen, breeklichtjes en een hoofdlampje als er ’s avonds – ’s nachts gevist word.

Bij het nachtvissen is een petroleum of benzine lamp ook een erg handig ding, bovendien brengt het verlichte strand tijdens een zomernacht altijd een speciale sfeer met zich mee.

 

Om alle spulletjes, je lunch en eventuele extra kledij op te bergen gebruik je best een plastiek waterdichte koffer, dit hoeft niet persé zo’n speciale viskoffer te zijn, je kan net zo goed een fors uitgevallen Tupperware doos of de pvc gereedschapskoffer van ome Piet gebruiken, bedenk bij aanschaf wel dat je altijd plaats te kort komt. Een grote strandviskoffer van Sheakespeare met enkele onderverdelingsbakjes komt op een 70 €. Met een strandkarretje, in de handel verkrijgbaar, maken we de strandvisuitrusting compleet.

Een flinke berg materiaal, toegegeven, maar voor de occasionele vissers volstaat 1 hengel met molen, 1 strandpiek, en een zootje klein materiaal, dan sta je op een correcte manier op het strand te vissen voor 250 à 300 euro. Als tweede hengel kan je, zeker in de zomermaanden als er volop makreel,zeebaars en hier en daar nog een geep aan de oppervlakte voor de kust aanwezig is, aan de slag met een flinke karperhengel. Denk er wel aan de je voor iedere extra hengel ook een extra steun meeneemt naar het strand, zelf al ben je van plan actief met die hengel te vissen

We keren weer even terug naar het strand waar de schemering ondertussen gevallen was, de benjamin van de vakantie buren was met een aantal vragen naar ons toe gestuurd,… Meneeeer, ik moes van me vader vragen of’tu misschien nog enkele pieren over heeft, de krabben hebben de onze allemaal al op gegeten, en of ‘tu al wat gevangen heb? Pieren kon ik onze vriendelijke buurjongen niet geven, ik legde hem uit dat je in de zomermaanden beter aan de slag gaat met zagers,…( verwonderde blik, zagers? ), de vissen die nu op het strand leven lustten die liever dan pieren,… Aan de frons op de jongen zijn gezicht zag ik dat hij me begreep maar toch vertrouwde hij de zaak niet,…hij had al een blik geworpen in de aasfrigo en had “dezelfde beesten” opgemerkt als die waarmee zij aan het vissen waren, pieren dus. Om nog maar te zwijgen van de mesheften,… heb u die schelpjes zelf gevangen,…?

Ben, m’n vismaat had genoeg van de vragen, merkte op dat vader en zoon twee ook op komst waren en verdween naar z’n hengels toe. De kleinste van gezelschap deelde snel zijn nieuwe kennis met grote broer en pa,… We moeten vissen met zwagers, en dan soms ook met pieren hoewel de vissen die nu niet lusten,… en dan was er ook nog iets met messen dat je soms ook kan combineren,…of zo,… Bij het zien van vier klaarstaande beaasde aasnaalden, fronste vader vakantievisser op dezelfde manier als ik net de jongste had zien doen, de appel valt niet ver van de boom. Een woordje uitleg was op zijn plaats,

We kunnen de vissoorten langs onze kust in twee groepen opsplitsen, de zomervissen waarbij we bot, schol, tong, paling en zeebaars op de bodem aantreffen. Aan de oppervlakte aast gedurende het voorjaar en de zomer menig makreel en geep en ook een zeebaars jaagt zijn prooi vaak in de bovenste waterlagen na.

Gedurende de winter krijgen we een aantal andere vissoorten te zien, net zoals er een aantal verdwijnen naar dieper water of warmere oorden.Tijdens het najaar en winter is er, wijting, gul, bot en schar te vangen op de Zeeuwse stranden.

De zomervissen, verkiezen vaak zagertjes, met name “kweekzagers” en witjes (zandzagertjes).

De wintervissen hun voorkeur gaat uit naar pieren, liefst een flinke tros.

Onderling kan er uiteraard gewisseld worden, het is en blijft vissen en dan mag het niet te simpel zijn. Het gebeurt soms dat de tong, plots, een periode pieren verkiest boven zagers, of dat gulmans van geen pier meer wil weten tenzij je er een mesheft bij hangt. Combinaties met allerhande natuurlijk voorkomend aas zijn aan te bevelen ( garnalen, stukjes vis, mosselvlees,…). De nieuwe generatie imitatie aas blijkt ook te werken, zo had Mick, een vismaat van me, al succes met de Gulpwitjes van Berkley. Daarom nemen we op elke strandsessie een allegaartje aan aassoorten mee, je weet maar nooit.

Om zagers en zeepieren op een behoorlijke manier op de haak te krijgen hebben we beslist een aasnaald nodig. Hierop rijgen we een aantal pieren en/of zagers, vervolgens steken we de haakpunt in het holle einde van de naald en schuiven het gewenste aas op de haak. Een lange aasnaald kost 0.70€, koop er meteen twee of drie, als je er maar eentje hebt en je verliest die, dan sta je te klooien voor 70cent.

Een leuke wintergul. Op de voorgrond, achter de aasfrigo, wachten 3 gevulde aasnaalden.

Ook over de onderlijnen in mijn onderlijnenmapje wil ik nog wat kwijt. Hoewel er de gekste methodes bedacht worden om een onderlijn te knopen, en ik er al een aardig aantal uitgeprobeerd heb, kan ik melden dat de meest simpele onderlijn nog steeds het succesvolst is.

 

Ga ik in de zomermaanden kort onder de kant vissen op platvis ( tong, schol,…) dan gebruik ik een onderlijntje voorzien van drie bezemafhouders, moet ik echter behoorlijke afstanden overbruggen om tot bij de vis te komen ga ik over op twee haken. Hoe meer aas je door de lucht zwiept, hoe meer weerstand, en hoe minder ver je werpt, vrij logisch toch?.

Zeebaars vangen we tegen de bodem aan het gemakkelijkst op een wapperlijnje van een cm. of 50 lang. Verwacht je ook platvis dan kan een bezemafhouder en een wapperlijn op één onderlijn gecombineerd worden.

 

Ook voor de wintervissen kunnen we bovenstaande onderlijnen gebruiken, daar er in de winter altijd “zwaarder” beaast wordt en de vis vaak verder gezocht moet worden dan in de zomer, vis ik ’s winters altijd met twee haken. Schar zoekt zijn voedsel tegen de grond aan en kan dus prima aan een bezemafhouder gevangen worden, gul gaat steevast voor rondwapperend aas, aan een wapperlijntje ( 50cm.) dus. Voor onze wijtingen maakt het allemaal niet zo veel uit, eens ze massaal op onze stranden aanwezig haalt voedselnijd het vaak van voorkeurtjes.

  1. prima gul/wijting/zeebaars lijntje voor de verre worp
  2. combinatie lijn platvis/paling/zeebaars/wijting onder de kant
  3. idem 2.
  4. combinatielijn platvis/gul/zeebaars/paling/wijting bij verre worp
  5. typische platvislijn, ook voor paling en wijting onder de kant

Om onderlijnen te knopen raad ik ?Amnesia? van Sunset aan, deze draad heeft geen geheugen en een prima slijtvastheid, bovendien ligt de verhouding trekkracht – diameter bijzonder gunstig. Als hoofdlijn gebruik ik 18.2kg, met een lengte van 1.80m. bovenaan komt een lus ( die komt aan de speldwartel aan de voorslag) onderaan een speldwartel, hieraan bevestig ik het lood ( al dan niet met loodlift). Op deze hoofdlijn worden vervolgens bezemafhouders of kleine warteltjes met behulp van sleeves aangebracht, aan deze afhouders en/of warteltjes knopen we de haaklijntjes. Ook hiervoor gebruik ik Amnesia ditmaal trekkracht 6.8 kg.

De kleur van de draad, en hierin is keuze genoeg, houden we best neutraal. Transparant of zwart houden weinig risico in, kleurtjes gebruik ik alleen al de neutrale lijnen niets opleveren. Een kwestie van proberen dus.

Elke vis een haak;

Het is misschien voor een geoefende zeevisser vanzelfsprekend dat we niet met dezelfde haak op gul vissen dan dat we platvis belagen, voor de minder frequente zeevissers een kort overzicht:

 

Haakmaat 8: tong/schol/paling/bot/schar

6: tong/schol/paling/bot/schar

4: tong/schol/bot/schar/paling/wijting

2: wijting/zeebaars/tong/schar/schol/bot/paling

1: gul/wijting/zeebaars

1/0: gul/wijting/zeebaars

2/0: gul/zeebaars

3/0: gul

 

Kan je op een haakje 4 dan geen gul vangen?,… tuurlijk wel maar iedereen begrijpt dat de inhaakkans van zo’n klein haakje in een grote gullenbek kleiner is dan bij het scheefsmoeltje van een schar of tong. Net zoals je op een wapperlijntje, haakmaat 1/0 bedoeld om een zeebaars te verleiden, best een platvis kan vangen, ideaal is het niet, maar het kan allemaal.

Ik hoop dat ik u in bovenstaand stukje een beetje verder heb geholpen om van een volgende strandsessie een succes te maken. Uiteraard is het slechts de theorie achter lange jaren van proberen en zoeken. Om een aantal facetten van de zeevisserij in praktijk te beleven raad ik u aan een werples en/of knoopdag van Rondomdedelta bij te wonen. Een halve dag ervaringen uitwisselen met bedreven strandvissers, leert u meer dan het lezen van 50 stukjes.

Verder wil ik graag nog een noot van waarschuwing meegeven als u op het strand gaat vissen;

Het wadend vissen:

Om de werpafstand te vergroten dragen we een waadpak, en gaan we voor het uitwerpen een eind het water in, zeker bij hoogwater levert dit een duidelijk voordeel aangezien de eerste meters die vrijkomen op een strand meestal vrij vlak zijn. Mocht u van plan zijn wadend te gaan vissen wees dan altijd uiterst voorzichtig, een plotse geul of kuil kan voor onaangename verrassingen zorgen. Tijdens een zwoele zomernacht is er, op een natte broek na, vaak niet veel aan de hand na een valpartij, glij je echter uit bij –5 op een nachtelijk strand wordt het een heel ander verhaal.

 

 

Gevaarlijke vissen:

Aan onze kust komen uiteraard nog andere vissoorten voor dan die ik beschreven heb, zo zijn er een aantal die occasioneel op onze stranden gevangen worden en niet geheel zonder gevaar zijn. Zo ving ik afgelopen jaar een rog, het stekeltje op deze jongens hun staart kan aardig wat leed berokkenen, ook een pietermannetje heeft een prima sportvisser afweermechanisme. Kijk dus bij het vangen van een onbekende vissoort altijd goed uit voor stekels en/of scherpe tanden.

Tot slot wil ik u vragen om verstandig om te springen met onderlijnen en nylon in het algemeen, ik kwam al vaker zeemeeuwen tegen die verstrikt zaten in meters vislijn. Een plastiek zakje meenemen naar de waterkant en gebruiken als vuilniszakje zou een erecode moeten zijn onder alle sportvissers.

Ik wens u veel succes en een goede vangst.

Met visvriendelijke groet, Jack

 

 
Vissen met kunstaas op en aan zee.
 

Vissen met kunstaas op en aan zee.

Als mensen aan de zee en kunstaas denken is vaak het eerste wat in ze opkomt, pilkers of makreel onderlijnen, maar er is nog veel meer te bieden als deze twee. Ik zal voor u een aantal voorbeelden opnoemen. Om te beginnen zijn er de pluimen. Deze kan je gebruiken voor de haring/makreel en zeebaars. Je kunt deze in alle soorten en maten verkrijgen, maar waar ik zelf een beetje een hekel aan heb is dat er vaak zeven haken aanzitten. Als je ook nog een beetje sport wil hebben zou ik er zelf gelijk een paar afhalen als ik u was.

 

 

Voor het zwaardere werk hebben we dan de bekende pilkers en lepels deze gebruiken we voor de kabeljauwachtige vissen en de zeebaars over het algemeen. De pilkers en lepels kunnen je verkrijgen naar gelang het type visserij wat je gaat beoefenen. Of het nu voor het normale werk is in onze Noordzee of het zwaardere werk in Noorwegen voor iedereen is er wel wat te verkrijgen. Wat we ook voor de kabeljauwachtige en zeebaars kunnen gebruiken zijn de alom bekende shads. Voor de shads geld het zelfde als voor de pilkers en lepels….voldoende keuze mogelijkheden.

 

 

Ook voor de vliegvisser is de zee weggelegd want je kunt met rustig weer uitstekend met een streamer op zeebaars vissen. Dit is een waar spektakel om te zien. Maar wat ik al zei het weer moet hierin wel mee zitten!!

 

En als laatste hebben de pluggen …. Volgens mij zijn hier de keuze mogelijkheden het grootste in. Maar om het u stuk gemakkelijker te maken zal ik mijn beste pluggen opnoemen die ik gebruik voor zeebaars vissen. Ik gebruik een type plug naar gelang het weer. Dit omdat ik rekening hou waar de kleine visjes zich ophouden waar de zeebaarzen op jagen. In donker weer zal dat over het algemeen een stuk dieper zijn als met een heerlijk zonnetje. In donker weer gebruik ik dan de SLIVER van RAPALA de kleur van deze plug die ik gebruik is blauw of redheat. Deze plug heeft een gewicht van 38 gram en je kunt hiermee dus een behoorlijke afstand gooien. De plug heeft een maximale duikdiepte van 3,3 meter dus gebruik ik deze plug alleen op dieper water. Als het mooi weer is zitten ze meestal toch wel een stukje hoger en dan gebruik de JOINTED ook van RAPALA met de kleuren blauw en oranje.

 

Deze plug heeft een gewicht van 18 gram en duikt ongeveer 2 meter diep. Dit is dan net de diepte die je nodig heb om onder een school visjes te komen. De aanbeten op kunstaas zijn over het algemeen veel mooier als met gewoon aas. Verder is het voordeel van kunstaas dat je niet eerst naar de winkel moet om gewoon aas te kopen dus je kunt elk moment van de dag gaan vissen. Alleen wil ik u waarschuwen als u met kunstaas vissen begint al heel erg snel verslaafd bent hieraan. Mocht u dat ook overkomen net zoals mij wens ik u ook welkom bij verslaafde vissers!!
 
 

 

Succes gewenst

d.kusters@rondomdedelta.nl

 

 
 
Vissen met de platvislepel door Mick
 

De botlepel of platvislepel.

De botlepel voor sommige bekent, voor andere nog steeds ongekend!

Met dit stukje wil ik de mensen die de botlepel niet kennen of er geen ervaring mee hebben een beetje uitleggen hoe deze vorm van actief vissen werkt. Momenteel vis ik er niet veel meer mee omdat het een te grote hoop kijklustige aantrekt en steeds dezelfde tal van vragen moet beantwoorden, ook niet te vergeten dat er toch nog regelmatig mee gelachen wordt door collega-vissers. Waarschijnlijk hebben deze er ook geen kennis van of geloven misschien niet in deze kunstaaslepel waar aan je toch een mooie sport kan mee beleven! Persoonlijk noem ik de botlepel ook wel eens het buitenbeentje onder de lepels omdat je hem bijna nergens tegenkomt aan de waterkant.

 
 

Jaren geleden zag ik een visfilmpje uit Denemarken buiten de mooie stekken, grote platvissen, vele aantallen vis was er iets wat me opviel en aantrok. Beide vissers waren namelijk met een klein bootje op redelijk ondiep water met zeer licht materiaal aan het vissen, de ene met een licht loodje de andere met een goudkleurige lepel? Dit wou ik ook wel eens proberen met een lepel vissen. Enkele hengelsportzaken afgedaan voor ik zo een lepel kon bemachtigen, nu had ik er één maar de stekken van op het filmpje ontbraken hier in België en Nederland. Toen ben ik de lepel af en toe gaan proberen tijdens het gewone kantvissen op de ooster en westerschelde tegen het bijna laagwater en opkomend water, een zager of pier eraan gedaan en op de ondiepe slik of zandplaten gaan gooien, één minuutje wachten dan een slag of twee inhalen zo komt de lepel even van de grond en dwarrelt terug neer op de bodem.
 
 

Zo herhaal je dit telkens om de ongeveer 30sec tot de lepel binnen gevist is. De platvis ziet iets blinken, dan kan het zijn dat hij er op af komt, het aas ziet hangen en toebijt. De lijn aanslaan of niet? Dit scheelt van dag tot dag en moet je maar even uitzoeken tijdens het vissen zelf. Nog een voordeel van dit actief vissen is dat je een groter gebied afvist doordat je eigenlijk al slepend vist met tussen stops kan het zijn dat de beaasde lepel vlak voor een ondergegraven platvis komt te liggen en op deze manier een makkelijk pakbaar maaltje aangeboden krijgt. Zo had ik nu en dan eens een platvis aan de haak gekregen, dat was wel prachtig met een licht hengeltje een platvis uit ondiep water vangen soms zelfs bij amper 10a15 cm water ? Platvis heeft niet veel water nodig om zich te kunnen voort bewegen daarom ga ik ook regelmatig vanaf de eerste cm of tot de laatste cm water vissen met of zonder lepel! ( dit kan soms lonend zijn).

 
 

Later kwam ik in het bezit van een dik handboek voor de nieuwe sportvisser van Kees Ketting hierin stond een mooi stukje over het ontstaan en hun ervaringen met de botlepel. De uitvinder van de botlepel was een rus uit Eindhoven Iwan Garay. In het heel kort gezegd alles begon op de Grevelingen toen die juist was afgesloten en na een tijdje vol hongerige vis zat was het makkelijk vis boven te halen. Nu wilde ene visser op een andere leuke manier vis vangen en het was bekend dat ze in Engeland platvis vingen aan beaasde lepels. Deze probeerde tijdens een boottrip de lepel uit maar ving er geen vis mee. Men was er verkeerd mee aan het vissen namelijk de beaasde lepel te snel binnenslepen (zoals bij het roofvissen) zodat de platvis eigenlijk geen kans had toe te bijten. Toen hij iets liet vallen op de boot, de hengel even neerzette had hij beet, uitwerpen nogmaals de hengel neergezet en weer beet.
 
 

Op deze manier heeft men ontdekt en verder uitgetest hoe precies met de lepel te vissen en vangen.Toen ze ermee overschakelden naar open zee en getijde stromen ving men er ook vis mee maar minder goed, de lepel was ietsjes te licht en bleef niet goed op de bodem liggen. Moesten zij weer achter de werkbank gaan staan om een beter en zwaarder model te ontwerpen. Zo was er een nieuwe en zwaardere botlepel (45gr) ontworpen voor in iets dieper water waar er meer stroom stond. Door de nieuwe vorm en gewicht kon men er verder mee uitgooien, ook bleef de lepel beter op de bodem liggen in de stroming. Verschillende vissoorten werden daardoor gevangen. Deze werd (wordt) daarna verdeeld door het merk Albatros, een mooie lepel maar er stond me iets niet aan namelijk het te korte koordje en haak die eraan bevestigt zit knip ik eraf en maak een eigen onderlijntje + haakkeuze. Deze onderlijn mag natuurlijk niet te lang zijn het is de bedoeling dat het aas zich zo dicht mogelijk bij de lepel bevind. Het rode hartje bovenaan de lepel liefst eraan laten hangen dit is een extra lokmiddel. Na het lezen van hun verhaal ben ik in de haven van Antwerpen beginnen experimenteren met een niet al te zware hengel waar het diep is en zeer sterke stroom staat. Zo was mijn eerste vis hieraan een mooie gul? Echt stom verbaasd was ik! Tegelijkertijd ook dolgelukkig, de familieleden en collega-vissers ook die er bijwaren die dag! Soms testte ik deze door er verschillende onderlijntjes aan te maken met 2 of 3 haken waardoor er meerder aas kon aangeboden worden bij hoger water.

 
 

Zie vb; foto’s lijndikte, kleur, afwerking, met of zonder kralen kan je naar eigen keuze bepalen en uittesten. Hiermee ving ik verschillende vissoorten zowel in de zomer als in de winter waaronder; bot, schar, schol, tong, paling, gul, wijting, zeebaars in verschillende maten. Zowel bij hoog als bij laag water (laag is toch ietsjes beter). prutsvisjes zoals lompjes, grondeltjes durven ook wel eens aan de lepel verschijnen. Ik spreek hier niet over grote vangsten maar de lepel vangt wel vis als hij er zit en het is een leuke lichte visserij! Soms vang je er helemaal niets mee dat kom je bij het gewone kantvissen ook wel vaker tegen! Op het strand heb ik het 2 keer geprobeerd maar na een half uurtje zat de lepel weer in de viskist, dit lokte te veel voorbijgangers waarbij steeds de onnozelste vragen of opmerkingen werden gegeven.
 
 

Met de lepel kan je natuurlijk ook vanuit je bootje vissen maar hier heb ik zelf geen ervaring mee. De botlepel is ook 1 van de 250 praktische tips voor de zeevisser in het handboek van Cor Juffermans, Corné Marijnissen e.a die onlangs is uitgegeven door Tirion Sport. In de toekomst zal ik nog wel af en toe met lichte hengel en botlepel aan de waterkant verschijnen op stekken waar er niet al te veel volk rondloopt zodat ik toch met een beetje gerust gevoel kan genieten van deze visserij!!!

 
 

Hopelijk heb ik sommige die het niet kende iets bijgebracht wat betreft deze vorm van visserij en zou zeggen probeer het ook een keertje, de platvislepel kost immers maar enkele eurie’s. Je kunt het ook met een licht loodje ( 20- 30gr) proberen maar uit ervaring heb ik ondervonden dat de lepel toch grotere vissen aantrekt dan met een gewoon loodje. Het spijtige voor in dit verhaal is dat ik enkele foto’s had met vangsten aan de botlepel, dat fotofilmrolletje is immers nooit tot ontwikkeling kunnen komen wegens veel te lange tijd in verschillende weersomstandigheden mee te nemen. ( in die tijd was een digi toestel en pc nog niet zo in als nu voor de meeste onder ons)

Zo, veel geluk en een leuke lepelvangst toegewenst!

Groeten Mick

 
Zeeaas
 

Voor de zeevisserij zijn er vele soorten van aas om mee te vissen. We kunnen dit onder verdelen in natuurlijk of kunstaas. Ik wil zoveel mogelijk van het natuurlijk zeeaas behandelen zodat u als lezer een perfect beeld krijgt van wat er op de markt is te krijgen. In dit stuk ga ik u verder vertellen u hoe bepaalde soorten kan herkennen en hoe u ermee moet vissen . En als klapper op de vuurpijl vertel ik hoe u zelf aas kan steken en goed houden. We gaan in dit stuk beginnen met de zeepieren (en soortgenoten) en daar aansluitend een stuk een stuk over zagers plus soortgenoten.

 
 

Zeepier en soortgenoten.

 

De zeepier (Arenicola Marina) is een universeel zeeaas waarmee je eigenlijk overal in ons land kan vissen. Dit aas is voor mij dan ook eigenlijk het beste zeeaas wat er is, dit omdat je hiermee vele soorten kan vangen. De zeepier is een aas wat vrij gemakkelijk is te verkrijgen bij een hengelsportzaak of door zelf te steken.

 
 

De zeepier bevat stoffen die vissen heel erg aantrekken en per zeepier kan dat ook nog eens verschillend zijn. We hebben namelijk rode, zwarte en geel staarten. Al deze soorten hebben zo hun eigen specifieke eigenschap en zien er dan ook allemaal net even iets anders uit. De meest voorkomende soorten zijn de rode en de zwarte. Deze twee soorten leven zo beetje op alle slikplaten die in zeeland zijn. Je kan ze natuurlijk herkennen aan de bovengenoemde kleur en het verschil is vaak ook dat een zwarte pier een stuk steviger is. Dit is een stuk prettiger om mee te vissen trouwens!! De zwarte zeepier leeft vaak in een bodem die meer van klei is en echt zwart is waardoor de pier zelf ook die kleur aanneemt. De rode pier leeft meer in een zanderige bodem en is een stuk kwetsbaarder als de zwarte maar mijn persoonlijke mening is dat je hiermee weer mee vis vangt!! Zeker in bepaalde tijde van het jaar is rood erg in trek in het zeewater. En als laatste hebben we de geelstaarten, de naam zegt het de staart van deze zeepier is een beetje geel op het eerste gezicht. Maar wanneer je deze vastpakt in je hand dan snap je waarom men dit een geel staart noemt…..je heb dan namelijk een gele vlek op je hand. De zeepier stoot namelijk een gele stof uit wat erg aantrekkelijk is voor de vissen. Deze pieren zijn net zoals de zwarte pieren ook erg sterk en leven vaak ook in een kleibodem.

 
 

Houdbaarheid.

De zeepier kan je gemakkelijk een aantal dagen goed houden nadat deze zijn gekocht of gestoken zolang je deze maar koel en donker neer legt. Normaal gesproken gaan deze in de turf(vanuit de zee) en in een zeer ruime laag kranten en goed uitgesptreid leg je deze in de koelkast Wanneer je de zeepieren langer wilt bewaren kan je een bak vullen met zeewater en daarin een zuurstofpompje plaatsen.
 
 

Deze bak plaats je het beste ook in een koelkast en de pieren kan je dan gemakkelijk twee weken goed houden mits je het water op tijd vernieuwd. Wanneer je dit doet zorg er dan wel voor dat je het zelfde water neemt als waar je aas heb gestoken(meestal water uit de Oosterschelde). Ik heb zelf naast het vorige nog een tip, en dat is als ik zeepieren over heb leg ik deze allemaal los op een krant en strooi er dan een lading keukenzout overheen en vries deze dan in….een beter aas is er niet voor de schar!!!

Conclusie.

De zeepier is dus een zeeaas wat gemakkelijk is te verkrijgen in elke hengelsportzaak en waarmee je bijna alle soorten vissen kan vangen!!

 
 

Nog een soort zeepier "de tap".

Buiten de normale zeepier is er nog een "soort" van zeepier als je het zo mag noemen. Deze soort noemen we de "Franse Tap". De normale zeepier verplaatst zich horizontaal door de bodem maar de tap doet dat verticaal en is ook nog eens super snel. Dit zeeaas is meer bekend bij onze zuiderburen en daar word er dan heel erg veel mee gevist. De meeste tappen die komen uit Frankrijk en daarom noemt iedereen ze "Franse Tappen". Maar deze tappen leven ook bij ons op het strand en je kunt er dan maar genoeg vinden mits je maar goed zoekt!! Net zoals de normale zeepier maakt ook de tap een zanderig sliertje aan het oppervlak waardoor je hem erg gemakkelijk kan herkennen waar deze zit. Alleen hem uit de grond halen geniet enige ervaring omdat je deze niet zomaar kan steken.

 
 

Zodra deze beestje ook maar enige druk voelen in de bodem schieten ze als een gek naar beneden en zitten dan al snel drie steken diep. We gebruiken hiervoor dan ook een vacuumpomp om ze uit de grond te halen, want met steken is het een erg lastige zaak. De tap is beste om mee te vissen als hij word leeg gestreken en daarna word gebruikt in kleine stukjes als bijaas. Hiermee bedoel ik dat het word gebruikt in combinatie met een andere soort aas op de punt van de haak. Dit doe je omdat de tap een heel erg taai is waardoor je andere aassoort er beter op blijft zitten. Dit aassoort kan je ook gemakkelijk bewaren in de diepvries en is ideaal aas voor in de winter en op vakantie.

 
 

Zagers en soortgenoten.

De zager.

Een zager is een soort van zeeduizendpoot die ongeveer 60 cm lang kan worden maar dan één die leeft in de bodem van de zee. Deze leeft het liefste in zeer modderige of klei bodems onder het wateroppervlakten en verplaatst zich horizontaal door de grond. De zagers kan je vaak terug vinden bij oester/schelp of mosselbanken. Alleen is het ten strengste verboden om in de buurt of op een mosselbak te zoeken naar zagers. De andere twee mogelijkheden zijn wel goed mogelijk en het is dan ook erg gemakkelijk om u portie zagers bij elkaar te zoeken. De zager is meestal rood van kleur maar in bepaalde tijd van het jaar(voorjaar) verkleuren deze naar de kleur groen. Dit is omdat ze dan voorzien zijn van zaad waardoor ze deze kleur krijgen. Zelf ben ik er niet echt kapot van om er dan mee te gaan vissen!!! Er is ook een tijd dat ineens alle zagers uit de bodem komen en gaan zwemmen, deze tijd is ook niet echt goed voor de visvangst want u kunt voorstellen dat het dan onderwater een groot feest is voor de vissen. De tijd dat ze weer terug gaan keren richting de bodem noemen wij het "vallen" van de zagers. Nadat ze dus gezwommen hebben kiezen ze ergens een nieuwe locatie uit om weer plaats te nemen in de bodem. Zelf ben ik van mening dat dit de tijd is dat u het gemakkelijkste aan u zeeaas kunt geraken. Ik heb u al verschillende locaties gegeven waar u eventueel zelf naar zagers kunt zoeken, maar hoe herkend u deze is misschien nog de vraag??
 
 

Wanneer u van plan bent om zelf u zeeaas te gaan steken is het raadzaam om eerst u spitvergunning te controleren voordat u ergens een riek in de bodem steekt, want het is niet overal toegestaan om zomaar te gaan steken. Hiervoor zijn speciale spitvakken in het leven geroepen die u zoals eerder genoemd terug kunt vinden in u grote vergunning. Wanneer u eenmaal bent aangekomen op de locatie die denkt die geschikt is waar eventueel zagers kunnen zitten dan kunt u zomaar lukraak gaan steken, maar ik kan u garanderen dat dit niet erg gemakkelijk zoeken is. De meest geschikte manier om te beginnen is wanneer u over de slikbodem loopt, dat u de bodem controleert op grote gaten in de grond.
 
 

Deze gaten zijn ongeveer 5 a 6 millimeter in omtrek en liggen meestal met meerdere bij elkaar. Als u vlak tegen een van deze gaten gaat staan en er spuit dan water uit dan is de kans heel groot dat er een of meerdere zagers in de buurt zitten. Het is dan de bedoeling dat u riek in grond steekt en niet op de plek gaat staan waar gestoken moet worden, omdat anders de zagers u andere richting ingaan als u wenst!! Het steken van zagers is een stuk zwaarder als die van ziepieren en u zult merken dat dit een zeer goede fitness oefening is. Mocht u zelf u zagers steken een te grote moeite vinden dan zijn er tegenwoordig ook de bekende kweekzagers die u bijna in elke hengelsportwinkel kunt verkrijgen. Maar als ik mijn persoonlijke mening mag geven geef mij maar echte,, steekzagers,, want die hebben toch een iets andere smaak/geur voor de vissen als de kweekzagers!! En dat heeft mij in het verleden meestal goede vangsten opgeleverd. Ik hoop u met dit artikel een stuk meer informatie versterkt heb waar u als lezer iets mee kan doen in de toekomst zodat u meer vis gaat vangen!!

De soortgenoten.

De zager familie heeft meerder soortgenoten onder zich zoals "witten" en "slikken", deze soorten zijn zeer bekend onder de wedstrijdvissers. Deze twee soorten zijn een stuk minder gemakkelijk te vinden als de zagers en zijn daardoor ook al gelijk een stuk duurder dan de bovengenoemde. De "slikken" zijn zeer kleine zangertjes die een andere geur hebben als hun grotere broer wat vooral platvis erg aantrekt. Deze leven meestal in een slikbodem of tussen schorren. Maar de afgelopen jaren zijn de spitgebieden dusdanig verminderd dat men tegenwoordig de "slikken" vooral importeert vanuit Frankrijk. Dit soort een aas waarmee je erg fijn kan vissen wat wedstrijdvissers juist erg aantrekt.

 
 

 
 

Naast de "slikken" hebben we de "witten" zoals eerder genoemd. De witten zijn kleine zagertjes die vooral voor komen op stranden die er wat langer liggen zonder te zijn opgespoten. Deze hebben dan een echte parelmoeren kleur. Naast het strand kunnen ze ook voorkomen op zanderige bodemplaten. De witten hebben dan niet echt een parelmoeren kleur meer maar een echte witte kleur!! De locaties waar je deze vaak tegenkomt zijn plaatsen waar voorheen al is gestoken waar ze dan in trekken.

Het gebruik van deze twee soorten word vaak gebruikt als speldaas of voor extreem kleine vissen!!

Schelpsoorten.

Al vele jaren word er geëxperimenteerd met zeeaas om mee te vissen, maar van oudsher zijn de schelpsoorten toch wel de oudste methode waarmee gevist werd. Tot de dag van vandaag is hier dan ook nog steeds sprake van en je ziet dan ook nog steeds hierin verschillende manieren van vissen. Ik pak de op dit moment de twee bekendste eruit waarmee nu gevist word en vertel u hoe u hier eventueel kan vissen. Als verwend zeevisser leest u vast wel eens over de "scheermes". De "scheermes" is de bijnaam van meshelften dit omdat hij eruit ziet als een ouderwets scheermes. Meshelften zijn lange schelpdieren die rechtop groeien net onder het zandoppervlakte in de zee. In deze Meshelften zit een stukjes vlees in waarmee je perfect kan vissen in zijn geheel of kleine reepjes. Zelf ben ik een verwend visser van kleine reepjes dit omdat ik van mening ben dat een vis een dun lang stuk gemakkelijker pakt als een dik stuk!! Dit doe ik overging met al mijn aas wat ik op mijn haaklijn doe.
 
 

We kunnen Meshelften enkel en alleen gebruiken maar je kan dit ook in combinatie doen met andere aassoorten en dan maak je een "cocktail". Als je het gebruikt neem dan de meshelft en maakt deze open, je ziet dan een hard wit stuk erin zitten. Dit stuk hebben we nodig om mee te gaan vissen. Als we dit stuk hebben dan nemen we een rijgnaald en gaan dan een aantal keer met speciaal bindelastiek voorzichtig hierom heen wikkelen. Dit moet niet al te strak gebeuren omdat we anders het niet meer van de rijgnaald afgeschoven krijgen. Als je een keer of 8 gewikkeld hebt dan kan je het elastiek kapot trekken en je haak in de rijgnaald plaatsen. Door de rijgnaald goed vast te houden kan je het gebonden stuk mesheft nu langzaam op je haaklijn schuiven.
 
 

Als lezer ziet u misschien dat ik al verschillende keren haaklijn schreef en niet mijn haak. Ik laat mijn haak dus gewoon open en gebruik alleen een beetje de steel van haak en zijlijn, ook dit doe ik met al mijn aas!! Wat minder vaak word er ook nog wel eens met mosselen gevist en dan vooral vanaf een boot. Dit is vooral omdat de mossel niet echt een hard stuk heeft en je dus erg gemakkelijk van je zijlijn af kan gooien. Verder is het vissen met mosselen vrij identiek als het vissen met mesheften. Dus je kan gebruik maken van een ,,cocktail, of enkel en alleen met de mossel. Met beide schelpsoorten is in Nederland en daarbuiten erg goed te vissen en vooral de Bot en gul is erg verzot op deze soorten. Mocht u dus eens inde gelegenheid zijn om eens met deze soorten willen vissen zou ik het u zeker aanraden. Mocht u nog meer informatie willen hebben over de Meshelften neem dan ook eens een kijkje bij een van onze sponsoren op onze website want die zijn leverancier hierin. Ik kan als visser nog een tip meegeven, en dat is dat verse Messchelpen beduidend meer vis opleveren als diepvries dus een keertje bij dat bedrijf langs gaan is echt wel de moeite!!

Dennis Kusters

 
Vissen aan Domburg
 

Ook langs onze uitgerekte, zanderige kust zijn er visstekken te vinden die er werkelijk uit springen. Wij gaan u in dit stuk mee nemen naar een van deze stekken genaamd Domburg. Dit strand ziet er net uit zoals alle andere stranden maar op een of andere manier komen de tongen hier massaal naar toe en kan je hier een leuk maaltje bij elkaar vangen. De naam Domburg komt uiteraard van het plaatsje zelf af maar waar moet je dan precies zijn om te vissen?

 
 

De stek.

 

Het dorpje Domburg kunnen we vinden aan de noordwest kust van het voormalige eiland Walcheren. Als je zeeland binnen rijd via Bergen op Zoom dan volg je eerst de auto snelweg richting Vlissingen. Net voor Vlissingen neem je de afslag Middelburg/Domburg. Hierna hou je de borden Domburg(n57) aan en kom je op de ringweg Walcheren(n287) uit. Eenmaal in Domburg aangekomen volg je de borden Westkapelle net zolang totdat je het dorp weer uit rijd. Deze weg heet de schelpweg. Na ongeveer 1 km krijg je aan je rechterzijde een golfterrein te zien. Na dit golfterrein krijg je gelijk een parkeerplaats waar je de auto parkeert. Bij deze overgang ga je de duinen over en je komt dan gelijk op het strand uit waar je moet zijn.

 
 

Vanuit Rotterdam volg je eerst Zierikzee en dan richting Burgh-Haamstede/Neeltje Jans. Via de stormvloedkering over de Oosterschelde rijd je dan richting Vrouwenpolder/Middelburg. Als je Vrouwenpolder voorbij bent ga je bij de stoplichten rechtsaf, richting Domburg. Eenmaal in Domburg volg je de bovenstaande route. Vanaf de parkeerplaats het strand oplopend dien je rechtsaf te gaan in de richting van het naaktstrand. Na zo kleine 15 minuten lopen zie je het naaktstrand staan omdat er een bordje staat! Ik neem deze plek omdat ik persoonlijk vind dat deze locatie de meeste vissen oplevert over het algemeen. Als ik zelf een plek zou uit kiezen daar zou ik proberen om zo 25 a 30 meter vanaf de palenrijen te gaan staan. Dit doe ik omdat je anders misschien nog wel eens last van deze kan gaan hebben. Zelf ben ik een groot voorstander om zo dicht mogelijk tegen de palen aan te vissen of zelfs er achter omdat de tong geneigd is om verscholen te liggen waar veel voedsel is.

 
 

Als je hier met afgaand water vist ben ik van menig dat je een behoorlijk afstandje moet kunnen gooien maar met opkomend zitten de scheef smoelen op een afstand waar je soms om kan lachen. Ik heb het meegemaakt dat je s, nachts je loodje zag vallen en daar toch veel tongen wist te vangen. Ze zitten soms werkelijk maar op slechts 25 meter uit de kant!

 
 

Laag water.

Ik zelf kies meestal een getij uit om te vissen als het zo rond een uur of 00:00 laag water is. Het beste getij loopt van drie voor laag water tot drie uur erna. Maar mijn ervaring is vaak toch wel dat het met opkomend vaak het beste is hier. En wat ik al eerder schreef dan liggen de tongen vaak erg kort onder de kant maar ook erg dicht bij elkaar wat het gemakkelijker maakt om een scheef smoel te vangen. Dus niet gelijk weg gaan als het met afgaand niks is wat ik trouwens wel erg vaak ziet daar.

 
Onderlijnen en aas.

Zoals vaak vis ik slechts met twee haken op de tong en maak ik specifiek gebruik van afhouders. Dit doe ik omdat een tong een gevoelige bijter is en doordat je afhouders gebruikt is de aas aanbieding extra stil voor zijn bek. Ik gebruik ook erg fijn aas voor de tong en geen dikke stukken aas zodat hij het erg gemakkelijk naar binnen kan krijgen. Verder vis ik met een haak nummer 6 of 4 maar wel met een haak die zeer scherp is en niet te dik. Als aas heb ik meestal twee aassoorten bij en dat zijn de gewone zeepieren en zagers( het liefste steekzagers).

 

Ik hoop dat u als lezer weer het een en ander heb op kunnen steken van deze informatie en dat u een paar mooie scheef smoelen weet te vangen.
Wij zijn zelf binnenkort ook weer op het strand te vinden om deze heerlijke vissen te verschalken en misschien komen wij elkaar nog wel tegen.

De visgroeten van Corné en Dennis.

 
Vissen op Goeree-Overflakkee
  Vissen op en rond Goeree-Overflakkee

door: Kees Overweel

Voor degenen die mij nog niet kennen, mijn naam is Kees Overweel, ik ben 42 jaar, werkzaam als juridisch beleidsmedewerker bij de milieu-afdeling van het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Goeree-Overflakkee en al sinds mijn geboorte woonachtig in Middelharnis.

Als klein ventje ging ik ’s avonds en ’s nachts al met mijn vader mee vissen in de winter op het strand van Ouddorp. Bekende stekken als de Vuurtoren, de Vrijheid of het “Hoge Duin”, kenden toentertijd bijna landelijke bekendheid. Op goede winteravonden liefst enkele dagen na een noordwesterstorm en 2 uur voor en na laag water was het heel normaal dat er tussen de 10 en 15 stuks mooie kabeljauwen werden gevangen. Mede als gevolg van de aanleg van de Brouwersdam en Haringvlietdam is het kustwater voor de Kop van Goeree echter helemaal dichtgeslibd, met als gevolg dat er eigenlijk geen water meer staat. Het lijkt nu meer op de Waddenzee: vele zandbanken met daartussen relatief ondiep water. Voor de natuur wellicht heel waardevol, maar de doodsteek voor de sportvisserij. Op een verdwaalde bot na, valt er op dit moment (zo’n 30 jaar later) eigenlijk weinig tot niets meer te vangen. Betekent dit nu dat de sportvisser Goeree-Overflakkee links moet laten liggen? Het antwoord hierop luidt naar mijn mening ontkennend. Het eiland is namelijk omgeven door mooie visrijke wateren als het Haringvliet, de Krammer, het Volkerak en “last but not least” het Grevelingenmeer. Op het eiland zelf liggen ook prachtige kreken, zoals de Vliegers en het Zuiderdiep, waar het goed toeven is.

 

Haringvliet, Krammer en Volkerak zijn m.i,. topstekken voor de fervente zoetwatervisser. Deze wateren zijn namelijk vergeven van de witvis, baars, snoek, snoekbaars, paling, enz. Een gemiddelde zomeravond met een simpel spinhengeltje en dito spinnertje op de pieren van het Havenhoofd in Middelharnis levert al snel een mooi aantal grote baarzen op. Ook de snoek en snoekbaars zijn in deze wateren rijk vertegenwoordigd en vragen eigenlijk geen bijzondere vistechniek. Een simpele hengel, onderlijn en haak voorzien van een sappige dikke regenworm of dood aasvisje leidt bijna automatisch tot goede resultaten. De beste kantstekken voor baars, snoek en snoekbaars zijn de buitendijken van Dirksland, Middelharnis, Stad aan’t Haringvliet en Den Bommel.

 

Als fervente zeevisser (sorry zoetwatervissers!) is er echter maar één water rondom het eiland dat mij echt kan bekoren: het Grevelingenmeer.

Wie kent niet de vangstberichten van de ms. Theo uit Den Osse. Met name de afgelopen winterperiode zijn hier gigantische hoeveelheden grote wijting en prachtige schollen gevangen. Mijn vaste vismaat Jan Overbeeke wist op 10 februari 2005 zelfs een megaschol van 43 cm. te verschalken. Een compliment aan Theo Boogaard en zijn schip is hier zeker op zijn plaats!

 

In de zomerperiode worden er bij de inlaatsluis in de Brouwersdam vele haringen, zeebaarzen en zelfs zeeforel gevangen. De manier waarop dit veelal gebeurt, is hoogst discutabel. Er wordt namelijk niet gevist, maar getakeld met grote strandhengels, dikke lijnen voorzien van gigantische dreggen, enz. om nog maar te zwijgen van de gigantische troep die vervolgens wordt achtergelaten. En de politie … Die is zoals gewoonlijk nergens te zien, omdat zij andere prioriteiten hebben. Hoe dan ook, als men zo doorgaat, dan lost het probleem zich vanzelf op, want dan komt er bv. een totaal visverbod op heel de Brouwersdam. De tijd zal het leren.

Los van de verwerpelijke manier waarop een aantal lieden meent vis te moeten vangen, tonen de getallen en diverse vangstberichten overigens wel aan dat er veel vis zit.

 

Als laatste wil ik de palingvangst in de Grevelingen nog noemen. Helaas zijn er aan de kant van Goeree-Overflakkee weinig geschikte kantstekken, met uitzondering van het haventje van Battenoord, Herkingen en Ouddorp. Dit heeft te maken met het feit dat het water aan de noordkant van het meer relatief ondiep is. Aan de zuidzijde van het meer, langs de dijken van Schouwen-Duiveland zijn daarentegen volop geschikte stekken beschikbaar. Op een mooie, zwoele zomeravond kunnen in de Grevelingen grote palingen worden gevangen met een simpele onderlijn, haakje 6, 8 of 10, voorzien van een kweekzager, mest of zeepier, liefst van een aantal dagen oud. Houd er wel rekening mee dat hier mag worden gevist tot uiterlijk 2 uur na zonsondergang en alléén met een vergunning.

Ik hoop dat na het lezen van vorenstaande, vele sportvissers hun geluk ook eens komen beproeven op Goeree-Overflakkee. Het is zeker de moeite waard!

 
Een nieuwe visstek verkenen.

 

Als we op zee een nieuwe stek willen gaan bevissen begin ik eerst altijd met het terrein goed te verkennen. Ik ga dan met hoog en laag water kijken wat er zoal gebeurd met de stroomnaadjes en hoe de bodemstructuur eruit ziet en eventuele gevaren kunnen zijn. Zoals een slikbodem of diepe geulen.
Stroomnaadjes zijn voor de visvangst heel erg belangrijk omdat de vis zich hier vaak net achter ophoud. Dus als je een stroomnaadje ziet lopen is het verstandig om er net overheen te vissen in plaats van er middenin. Als je ingooit is het raadzaam om niet gelijk u lijn strak te zetten maar een lichte bocht in je lijn te laten zodat al je haken netjes op de bodem komen te liggen. Als we ingooien gaan we gebruik maken van de stroom had ik u verteld, we gaan dan tegen de stroom in gooien zodat de onderlijn in de juiste positie in het water licht . Dit noemen we uptide vissen!!!

 

Als het water te hard stoomt gaan we gebruik maken van een ankerlood zodat de positie van onze onderlijn juist blijft in het water. Mocht het niet zo heel hard stromen kunnen verschillende type lood gebruiken zodat je onderlijn niet te hard weg rolt. De loodjes die je hiervoor kan gebruiken zijn vaak plat en hebben stevige punten bovenop. Een voorbeeld hiervan is het bekende hoefijzer lood. Bij nagenoeg geen stroom kan u natuurlijk vissen met een normaal gevormd lood zoals de peervormige.

Als u op een visplek komt met hoog water wat niet droog valt kan je toch de bodem afzoeken. Dit kan u doen d.m.v. in te gooien met alleen een loodje en dan heel langzaam op te draaien met je top naar beneden toe. U voelt dan de richeltjes en andere obstakels die onder water liggen. Als je dan het aantal slagen telt die je molen maakt weet je ongeveer waar in moet gooien of juist niet!!!

Ik zelf ben vaak op zoek naar locaties aan de Westerschelde en vind nu nog steeds zeer mooie visplekjes. Alleen wat de gemiddelde visser tegenwoordig vaak wil zijn plekken waar men vanuit de auto kan vissen of zeer gemakkelijk bij kan komen. Deze stekken zijn dan vaak al veel teveel bevist en de vangst is negen van de tien keer minder !!! Dus ik raad u toch aan om ook eens op een plek te gaan vissen waar je nog nooit bent geweest. Als u eens een keertje met mij mee wil op een van deze locaties en bent niet te beroerd om een stukje te lopen wil ik u uitnodigen om eens een keertje mee te gaan .
Wat u dan moet doen is een mailtje sturen naar d.kusters@rondomdedelta.nl .

En gaat u zelf opzoek naar nieuwe locaties wees dan altijd zo slim dat u weet waar je mee bezig bent en geen gevaren opzoekt!!!!!!!

Dennis Kusters

 
Mag ik even .......

Miranda Koop

 

Tijdens de Selectie Kust Zuid ben ik benaderd met de vraag of ik iets wilde schrijven over vissen.Uit een vrouwelijk oogpunt wel te verstaan!!
Na lang wikken en wegen had ik besloten om het te doen.Toen kwamen de vragen "hoe en wat"Schrijf ik enkel over mijzelf ( saai ) of schrijf ik over het vrouwen team in het algemeen.
Er was natuurlijk een andere kant dat ik kon bespreken....Mannen tegenover vrouwen in de sport visserij.Toen ik in mijn eigen ervaringen ging spitten kwam ik op de titel "Mag ik even spugen ". Natuurlijk klonk dat niet erg sportief maar er zat wel een kern van waarheid in.

Vissende vrouwen zijn vaak een punt van spot - neerbuigendheid en een spoortje jaloezie. De laatste paar jaar valt het allemaal mee. Maar het is anders geweest, van tijd tot tijd had je een Neanderthaler naast je staan. Ik kan me herinneren dat mijn buurman nog voor de wedstrijd begon zijn spullen in pakte en vertrok omdat hij:"niet naast een stom wijf"wilde staan. Sportief toch...Daarmee gaf hij mij 2 plaatsen om te vissen. Of de bekende uitlating "Hé kom jij hier staan? Dat is dan al in iedere geval geen laatste plek in mijn vak ". Weten jullie mannen nog steeds niet dat wij met dezelfde geluksfactor vissen.
Ja want zo is het.....niet alleen kennis en kunde maar ook een beetje geluk. En nee....wij hoeven geen lichamelijke daden in de strijd te gooien voor een goeie stek. Ook wij kunnen het geluk hebben een goeie plek te loten.

 

 

Toen de NVVS zo'n 7 of 8 jaar geleden de eerste officiële Nederlands Kampioenschap Dames hield waren er veel jaloerse en kinderlijke uitlatingen van de mannen. Er waren vrouwen bij die goed genoeg gevist hadden om zich individueel te plaatsen voor de N.K. Senioren. Die zelfde vrouwen konden nu ook mee dingen voor de titel Ned.Kampioen Dames. Een teken dat de vissende dames eindelijk serieus genomen werden.
En ja......wij hebben inderdaad het geluk dat wij aan 2 NK'S kunnen deelnemen. Toch waren er weer de mannen!!!
Als alle uitlatingen waren nageleefd dan was de eerste officiële N.K. Dames een ware travestie show geworden.
God zij dank waren het alleen maar woorden en geen daden. Niemand had het lef gehad om zijn benen te scheren , een jurk aan te trekken en zich op te laten maken.


Oké.....de vrouwen zullen niet allemaal hun eigen aas steken! 90% van de mannen doen dat niet. Als medewerkster van een hengelsport zaak weet ik maar al te goed hoeveel wedstrijdvissende mannen hun aas kopen. Jammer genoeg vissen ook niet alle vrouwen zelfstandig. Er zijn toch altijd weer mannen die het beter weten. De term "Oefening baart kunst "schijnt voor vele niet op te gaan.

Al met al zijn er zo'n 25 serieus vissende vrouwen. Dat houdt in dat er bijna even veel hele blije mannen zijn. Zij horen natuurlijk zelden,"Hoe laat ben je thuis???of Moet je nu weer vissen???".Nee logisch, want hun vrouw staat een eindje verder op zelf lekker te vissen. Met een vissende vrouw ( moeder ) komt natuurlijk steeds meer de jeugd ook mee. En dat is heel belangrijk als je de sport in leven wil houden. Wie de jeugd heeft,heeft de toekomst.

Zoals ik al eerder zei,ik werk in een hengelsport zaak. Daar is het niet veel anders. Klanten lopen mij voorbij,en geloof mij dat is n iet makkelijk,als er iets gerepareerd moet worden. Alsof een vrouw geen nieuw oog op een hengel kan zetten, of een as van een molen verwisselen. Laat staan dat een vrouw graag vist een weet waar ze over praat. Dat kan dan al helemaal niet door de beugel. Wat is dat toch met die mannen.

Er zijn nou eenmaal vrouwen die graag vissen. Die van tijd tot tijd misschien zelfs beter vissen dan mannen. Die ook af en toe een Blonde Actie uitvoeren.!! But what the hell NOBODY IS PERFECT !!
Als je eerlijk terug kijkt dan zul je misschien wel ontdekken dat je vaker met een vissende man in de knoop bent geraakt dan met een vissende vrouw. Wees de volgende keer een beetje coulante als een vrouw naast je staat te vissen. Trek geen overhaaste conclusies. Houd je ogen open misschien leer je ervan.
Zie een vrouw niet als een bedreiging maar als een aanvulling.

Miranda Koop

 
De Zimmerman
 

 

De visplek waar we het hier over gaan hebben heet de Zimmerman. Deze visplek heeft zijn naam te danken aan de Zimmermangeul die in de Westerschelde ligt. Dit is de vaarroute naar de haven van Antwerpen .
Deze geul heeft verschillende dieptes en op zijn diepste punt is hij meer als 20 meter diep. Maar met pal laag water zijn er plekken waar je op nog geen 15 meter uit de kant al een diepte kan aantreffen van meer als 10 meter.
Er zijn ook turfplaten en mijn eigen ervaring is blijf hier vandaan omdat dit levensgevaarlijk kan zijn !! Ik zal u uitleggen waarom. Turf is harder als zand en onder de turf word het zand weg gezogen door de stroming van het water.


Hierdoor kunnen er stukken turf afbreken als u erop staat te vissen en dat is levensgevaarlijk in de harde stroming van de schelde. Dus mijn advies nogmaals is ga niet op de turf staan vissen !! Er ligt een prachtig strand waar u heerlijk op kan staan zonder het gevaar op te hoeven zoeken. Dit strand is een paar honderd meter lang dus ruimte zat.

Hoe kom je hier ?

Ik had u al verteld dat dit in de buurt van het plaatsje Rilland ligt. Als u van de snelweg(a58) komt neemt u afslag Rilland. Hier rijd u net zolang rechtdoor tot u het dorp in rijd en de kruising rechtdoor oversteekt. U vervolgt hier de weg tot u niet verder kan en tegen de zeedijk rijd waar u weer rechtsaf gaat.
U komt dan een boerderij tegen die u ook voorbij rijd. En na honderd meter en een paar bochten ziet u een huisje verschijnen de trap die ligt in de bocht voor het huisje zo 250 meter ervoor!!! Hier moet u zijn !! U parkeert de auto gewoon onderaan de dijk. Als u de dijk oversteekt is het de bedoeling dat u rechtdoor loopt. Eenmaal aan de waterkant aangekomen ziet u de turfbanken aan de linkse kant verschijnen als u daar zo 75 meter vandaan blijft staat u op de juiste locatie om lekker te kunnen vissen. Zelf ga ik ook wel eens een heel einde naar rechts staan op de hoogte van de rode boei van de vaargeul. Maar als u een heel eind naar rechts gaat staan moet u wel rekening houden met opkomend water achter u. Dit is namelijk een zandplaat die hoger ligt waar het water omheen komt stromen. Het is hier absoluut niet gevaarlijk zolang u maar met opkomend water altijd goed het water in de gaten houd.

 

 

 

 

 

 

Het jaargetijde.

Op deze vislocatie kan je het hele jaar door leuk vissen en je vangt hier werkelijk van alles dat maakt deze stek erg aantrekkelijk. In het voorjaar zijn de botten hier erg actief en is de visserij op bot zeer leuk te noemen. Het mooie is dat je de botten niet erg ver weg vangt en dat maakt het leuk voor iedereen. In de zomer maanden is het hier vergeven van jonge baars en harder maar regelmatig vang je ook een tong of paling tussendoor. Dit loopt door tot diep in de herfst waar dan langzaam de eerste winter vissen zich eigen gaan melden. Omdat het hier zo diep is zijn de gulletjes ook aanwezig vlak onder de kant en dat is alleen maar erg gemakkelijk. Verder hebben we uiteraard ook nog de wijting en de bekende steenbolk hier. Al met al is dit een visstek waarvoor je niet al te ver hoeft te rijden en toch een leuk visje kan vangen. Dit is dan ook een van mijn persoonlijke favoriete vislocaties.

Een paar dingen om te weten.

Ik zelf begin hier meestal met afgaand water te vissen en doe dat dan zo 3 uur voor laag water. Ik vis dan met het water mee,en met opkomende water blijf ik zo 2 uur staan. Je kan hier dus zo beetje 5 uur vissen aan de vaargeul!! Maar u bent wel afhankelijk van het getij en de wind hoeveel water er weg gaat die dag dus hou daar rekening mee. Wat ik nu niet heb besproken dat je hier in ook vanaf de dijk leuk kan vissen maar dat geld alleen in het voorjaar en de zomer.
Het aas wat ik hier gebruik zijn zandzagers en zeepieren deze kan u krijgen in de buurt van één van de viswinkels die er zijn. Mocht u meer willen weten over deze stek of een keertje mee willen, stuurt een mail naar info@rondomdedelta.nl zodat we u graag op weg helpen.

Dennis Kusters

 

 

 
Zeefeederen top off the bill ........door Leo Stoutjesdijk

Waar komt het Feederen vandaan

Het feederen komt eigenlijk uit de zoetwater visserij en is in de jaren 70 geļntroduceerd,door de groot meester Jaap Muda die deze tak van visserij heeft ontdekt in Engeland.

Nadat hij dit gezien had is hij op z,n eigen manier in Nederland er mee aan de slag gegaan,en heeft voor deze tak een speciale hengel ontworpen die een heel gevoelige top had en veel spanning kon hebben.

Nu vele jaren later wordt  dit soort hengel steeds meer gebruikt in het zoute zilt,waarom  dat proberen we u te gaan vertellen doormiddel van uitleg en gevoel.

Een aantal jaren geleden kocht ik zelf eens een feedertje om af en toe eens te gaan vissen in het brakke water op de paling en vond dit soort hengels wel leuk voor de sport met zo,n dun topje niet te weten dat er met deze hengel heel wat meer water bevist kon worden dan alleen zoet en brak de reden hiervan is,dat de materialen zo sterk zijn geworden dat deze veel spanning kunnen hebben door gewicht .

Zo vader, zo dochter

Het feederen in het zoete ging ook met hun tijd mee er was vraag naar feeders die grote afstanden konden over bruggen en doch soepel bleven van blank zodat de actie optimaal bleef en de beet registratie ten top bleef.

Met afstanden bedoel ik 80 tot wel over de 100 meter met een voer korf van wel zo,n 180 gram is voor deze nieuwe soort hengels heel gewoon.

Waar is een goede feeder van gemaakt

De blank van deze Zeefeeders cq heavey feeder bestaat uit vershillende  lagen 100% carbon,met meestal daarom heen een gedraaide draad kevler die extra versteviging en stabiliteit moet waarborgen.De ogen zijn meestal van sic opgebouwd,sic is een legering die ontzettend hard is en voorkomt als men met dynema vist en waardoor warmte in de ogen vrijkomt  de warmte snel wordt afgevoerd door de speciale legering, en er voor zorgt slijtage van het materiaal of zelf lijn breuk uit gesloten wordt.Een nadeel van sic is, gevoelig voor stoten of vallen omdat het zo hard is barst het vlug met een plotselinge klap op het materiaal.Op de blank zijn zo,n meestal 14 oogjes gemonteerd die zorgen voor een goede kracht verdeling op de blank.

TC 420 beachfeeder, schitterende feeder

De hengel bestaat uit ongeveer 3 delen waarvan de top uit meerdere keuzes van dikte gekozen kan worden omdat er meestal zo,n 3 a 4 toppen bijgeleverd worden,en waar men de dag van vissen kan prevereren hoe zwaar men gaat vissen gezien de korf of lood afhankelijk van wat voor water men gaat bevissen.Gezien stroom en de afstand wat men wilt gaan bevissen,aan de hand daarvan bepaald men het gewicht van het lood cq korf.

 Waar men op moet letten bij de aankoop van een feeder

In een Goede hengel speciaalzaak zal men u zeker goed inlichten en verschillende feeders laten zien van verschillende kwaliteit.Om er zeker van te zijn om een goede feeder te kopen moet u eerst bij u zelf te raden gaan, wat voor soort visserij men ermee wil gaan doen d.w.z onder de kant vissen of ver uit de kant.

Als men kiest alleen onder de kant te gaan vissen voldoet zeer zeker een medium feeder en voor de verre worpen kan men best in het rek van de heavey feeder, s gaan zoeken, deze feeders gaan wel tot een werp gewicht tot ongeveer zo, n 220 gram. Zelf ben ik ook in het bezit van zo, n heavey feeder waarom denkt u, omdat de visser met deze hengel alle kanten op kan zowel kort als dicht bij. Doordat er bij een feeder verschillende toppen word bij geleverd en we zodoende zelf kunnen bepalen met wat voor gewicht we gaan vissen.

ook s'nachts is de beetregistratie perfect

Wel adviseer ik om een feeder te nemen met sic ogen om zodoende ook met een dyneema lijn zonder problemen te kunnen gaan vissen. Let ook op bij uw aankoop wat voor soort hengel het is daar bedoel ik mee gezien de aktie, betreffende een parabolische blank die gaat als hij onder spanning word gezet helemaal krom tot ongeveer in het handvat,of een blank waar alleen in de top de krachten word verdeelt. Kijk ook naar de plaats van het eerste start oog ,dit doe je doormiddel van de molen er op te plaatsen die je voor dit soort visserij wilt gaan gebruiken.

de winnende ?

Als men het nylon door de ogen heeft getrokken en je kijkt ten opzichte van de molen naar het eerste startoog moet de lijn in een loodrechte baan door het oog gaan, is dit zo dan is dit een goede keuze feeder voor die molen.

Dan rest mij alleen nog om u veel plezier te wensen met veel vis, u zult merken vissen met een feeder op zee zorgt voor topsport.

M.V.G. Het Gevaar. Leo Stoutjesdijk.